Pelé: koning in Zuid-Amerika en Europa (1)

PELE

Menig wenkbrauw fronste toen Cristiano Ronaldo zichzelf bestempelde als de beste voetballer aller tijden. Na het winnen van zijn vijfde Gouden Bal verklaarde de Portugees in een interview met France Football dat hij nog nooit een betere voetballer dan hemzelf gezien heeft en dat er niemand is die de dingen met een bal kan die hij kan. Of Ronaldo de beste voetballer aller tijden is lijkt vooral een kwestie van smaak en omdat er veel factoren meespelen, is het moeilijk om de beste aller tijden ’zomaar even’ aan te wijzen. In deze uiteenzetting gaan we dat dan ook niet doen. In de discussie over de beste aller tijden worden er steevast vijf namen genoemd; Johan Cruijff, Diego Armando Maradona, Lionel Messi, Pelé en dus ook Cristiano Ronaldo. Over Pelé wordt wel gezegd dat hij de beste aller tijden is (iets waar hij zelf ook van overtuigd is) maar hoe goed was de Braziliaan nu werkelijk? In een tweeluik kijken we daarvoor naar twee dingen; zijn prestaties op het WK en, misschien nog wel belangrijker, zijn prestaties tegen Europese clubs.

Overigens wordt de naam van Alfredo di Stéfano nooit genoemd in de hierboven genoemde discussie maar er is genoeg over hem te vertellen waardoor hij zich ook voor de titel ’beste aller tijden’ zou kwalificeren. Gemakshalve laten wij hem nu echter achterwege om te kijken naar Pelé. In het interview dat Ronaldo voerde met France Football verklaarde hij onder andere dat er geen totalere voetballer geweest is dan hem, maar Pelé heeft daarover toch wat in de melk te brokkelen. Niet alleen was de Braziliaan tweebenig, hij was ook snel, technisch briljant, een uitstekende kopper, hij beschikte over een geweldig schot maar kon ook terugzakken om van daaruit het spel vorm te geven, iets wat hij op briljante wijze deed op het WK van 1970. We kunnen veel over Ronaldo zeggen maar niet dat het een grote spelmaker is, al heeft hij wel talloze assists in zijn carrière gegeven, voornamelijk vanaf de flanken. Toch kun je je een Ronaldo als centrale middenvelder niet inbeelden, iets wat je bij Cruijff, Maradona, Messi en Pelé wel kan. Ronaldo als de totale voetballer is stiekem dus een beetje kul.

Drie gewonnen WK’s

Hoe goed was Pelé nu werkelijk? Op het WK van 1958 kreeg de hele wereld de destijds zeventienjarige spits in vol ornaat te zien. Waar hij in de groepsfase nog wat onwennig was kwam Pelé vanaf de kwartfinale echt los. Tegen Wales maakte hij de enige treffer en tegen het Frankrijk van Just Fontaine en Raymond Kopa scoorde hij in de halve finale de 3-1, 4-1 en 5-1 waarmee hij de wedstrijd eigenhandig in het slot gooide. De 3-1 was een fout van de keeper die de bal losliet voor de voeten van Pelé maar bij de 4-1 liet hij zien waardoor hij zo beroemd en berucht was. Een instormende verdediger van Frankrijk wordt slim omspeeld door Pelé. Hij doet alsof hij schiet om daarna de bal op te wippen langs de Fransman. Daarna probeert hij de bal af te geven maar deze wordt afgeketst waarna hij weer bij Pelé in zijn voeten beland. Hij aarzelt niet en schiet de bal hard met de punt langs de Franse sluitpost. Ook de 5-1 is een goede goal op aangeven van Garrincha, die Pelé vanaf randje zestien hard in de hoek schiet.

jy8qrdc

In de finale trof Brazilië gastland Zweden, dat met de in Italië voetballende Nils Liedholm, Gunnar Gren, Kurt Hamrin en Lennart Skoglund over enkele goede voetballers beschikte. Zweden nam dan ook via Liedholm een voorsprong in de wedstrijd in de vierde minuut. Vavá maakte vijf minuten later echter weer gelijk en schoot Brazilië in de 32e minuut naar een 2-1 voorsprong. Het was wederom Pelé die de wedstrijd daarna vroegtijdig besliste. In de 55e minuut vond de jongeling zich terug in de zestien. Vanaf de zijkant kreeg hij de bal aangespeeld door de lucht. Hij nam de bal aan met de borst waarna hij de laatste man van Zweden op fabelachtige wijze verschalkte door de bal over hem heen te lobben. Het was daarna een koud kunstje voor de spits om de bal langs de verbouwereerde keeper te schieten. Een betere goal in de finale van een WK ga je waarschijnlijk niet meer vinden. Mario Zagallo maakte daarna de 4-1 en via Agne Simonsson deed Zweden nog wat terug. Het slotakkoord was voor Pelé, die een voorzet slim op zijn hoofd liet vallen, waardoor de bal niet hard maar juist tergend langzaam over de Zweedse keeper in het net belandde. Pelé bekroonde daarmee een geweldig toernooi met louter hoogtepunten. Het was voor iedereen moeilijk te geloven dat hij nog maar zeventien lentes jong was.

Het WK van 1962 ging voor Pelé grotendeels voorbij als toeschouwer. Hij speelde nog wel mee in de openingswedstrijd voor Brazilië tegen Mexico en scoorde de belangrijke 2-0 maar tegen Tsjecho-Slowakije raakte hij geblesseerd en zat het toernooi voor hem erop. Het was Garrincha die de spotlight van Pelé overnam en zijn land naar de tweede WK-eindzege in haar historie gidste. Het WK van 1966 in Engeland liep uiteindelijk uit op een deceptie. In een ogenschijnlijk makkelijke poule met Portugal, Hongarije en Bulgarije eindigde Brazilië als derde en lag het uit het toernooi. Er werd nog wel gewonnen van de Bulgaren, Pelé maakte de 1-0, maar de verrassing van het toernooi, Hongarije, speelde Brazilië volledig van de mat. Er werd met 3-1 verloren maar Pelé had daar zelf geen invloed op omdat hij gespaard werd voor de volgende ronde, zo overtuigd was bondscoach Feola dat de volgende ronde wel behaald zou worden. Tegen Portugal was Pelé wel weer van de partij maar ook hij kon niet voorkomen dat Eusébio uit zou groeien tot de man van de wedstrijd met twee doelpunten.

Het beste landenteam ooit

Vier jaar later maakte Brazilië zich op voor het WK in Mexico. Pelé zag zich omringd met veel nieuwe en talenvolle spelers. Zelf was hij met zijn 29 jaar een van de nestors van de selectie maar toch ook in de bloei van zijn kunnen. Het zou zich uiteindelijk vertalen in een winnend toernooi voor Brazilië. De nieuwe aanwas luisterde naar namen zoals Rivelino, Tostão, Gérson, Clodoaldo en Carlos Alberto Torres. Wat volgens veel kenners het beste team ooit op een WK was, was in de groepsfase met negen punten uit drie wedstrijden ontastbaar voor Engeland, Roemenië en Tsjecho-Slowakije. In de kwartfinale was daarna het verrassend sterke Peru met de topspelers Chumpitaz en Cubillas en gecoacht door de Braziliaan Didi, goede vriend en oud ploeggenoot van Pelé, geen partij voor Brazilië, dat met 4-2 won. In de halve finale nam Uruguay nog brutaal een 1-0 voorsprong maar via Clodoaldo, Jairzinho en Rivelino zegevierde Brazilië met 3-1. Er stond geen maat op het team van Pelé, die zelf niet eens zo vaak tot scoren kwam, tot en met de finale slechts drie doelpunten. Door de aanwezigheid van Tosão en vooral Jairzinho was Brazilië minder afhankelijk geworden van Pelé als het aankwam op het maken van doelpunten. Pelé kon zich daardoor vanuit de spitspositie veelvuldig in laten zakken om van daaruit het spel te maken. Het leverde hem in totaal vijf assists op en vooral Jairzinho met zijn diepgang profiteerde daar veel van. Brazilië speelde een soort totaalvoetbal van Braziliaanse makelij en dat totaalvoetbal zag zich tegenover een andere bepalende stroming in het voetbal staan; het catenaccio van Italië.

image

Nog veel meer dan de wedstrijd Brazilië-Italië was de finale van het WK van 1970 de strijd tussen aanvallend en verdedigend voetbal. Een wedstrijd met grote proporties want de toekomst van het voetbal was er enigszins mee gemoeid. Zou Italië winnen dan zouden veel andere landen en clubs de stijl van het catenaccio volgen en daarmee zou het voetbal, zo werd door velen verondersteld, er niet leuker en aantrekkelijker op worden. Pelé zelf was daar niet zo mee bezig. Hij verheugde zich op de tweede finale in zijn carrière en ergens stak het hem dat hij na de groepsfase geen doelpunt meer gemaakt had, al wist hij ook wel dat hij met zijn spel van groot belang voor de nog jonge ploeg was. Italië was een ploeg zonder een echt zwakke plek. Het had louter topspelers in het veld staan en er ook nog een paar op de bank zitten. Het begin van de wedstrijd was dan ook in handen van de Italianen, dat met twee grote kansen voor spits Luigi Riva dicht in de buurt van een voorsprong kwam. Toch was het Pelé die in de achttiende minuut Brazilië op 1-0 schoot. Een op het eerste oog mislukte voorzet kwam toch aan bij Pelé en de spits kopte hem snoeihard achter keeper Dino Zoff, die geen enkele kans had de kopbal te keren. Italië bleef echter aandringen en na een mislukt hakje in de verdediging van Brazilië kon Roberto Boninsegna op het doel van keeper Félix afstormen. Die leek de aanval in zijn voordeel te beslechten, maar hield in toen hij verdediger Brito in zag komen glijden. De doorrollende bal kwam weer in het bezit van Boninsegna die hem daarna in het lege doel wist te schieten, waarna beide ploegen het met 1-1 als ruststand moesten doen.

Na de rust was de tweede helft echter volledig in handen van Brazilië. Pelé kwam zelf dichtbij de 2-1 maar de voorzet was iets te scherp en hij zag de bal rakelings langs de paal gaan. Even later was het Gérson die met zijn fabelachtige linkerbeen wel het doel wist te vinden. Vanaf randje zestien schoot hij de bal keihard langs Zoff in de verre hoek, wederom een onhoudbare bal voor de keeper. Vijf minuten later was Zoff weer kansloos. Een lange bal van Gérson op Pelé is precies op maat, waarna Pelé de bal met het hoofd neerlegt voor de mee gesnelde Jairzinho, die de bal met wat geluk uiteindelijk in het doel krijgt. Pelé komt even later zelf nog dichtbij de 4-1, maar zijn harde schot wordt knap gered door Zoff, die daarop een vriendelijk handje krijgt van de Braziliaanse spits.

Het hoogtepunt van de finale kwam echter in de 86e minuut. Spits Tostão verovert de bal op eigen helft en levert hem in bij een van de verdedigers. De bal gaat daarna langs acht spelers om uiteindelijk bij Pelé te belanden. Die heeft dan al in zijn ooghoek de meegekomen rechtsback Carlos Alberto gezien. Hij wacht een seconde om de bal op het juiste moment te kunnen geven waarna Carlos Alberto de bal wederom keihard achter Zoff schiet, die voor de vierde keer kansloos is. Het sambavoetbal had het gewonnen van het catenaccio en stiekem was dit toch weer de finale van Pelé, die met de openingstreffer en twee assists een grote rol had in de derde WK-eindzege voor Brazilië.

Op het WK van 1974 was Pelé slechts als special guest aanwezig om de Jules-Rimet trofee over te dragen aan gastland West-Duitsland. Hij zag hoe zijn land zichzelf verlaagde tot een schopploeg, met de wedstrijd tegen Oranje, een van de smerigste in de WK-historie, als absoluut dieptepunt. Het sterkte hem in zijn beslissing om te stoppen voor de nationale ploeg, ondanks zijn leeftijd van 33 jaar, wat hem zeker niet te oud maakte om mee te kunnen doen. Twee gewonnen WK’s is niet voor veel spelers weggelegd maar Pelé was er een van. In het tweede deel kijken we naar Pelé als clubvoetballer en hoe hij met zijn club Santos niet alleen Europa maar de hele wereld veroverde.

Geschreven door Max van der Gulik

Max noemt zichzelf een voetbalromanticus dan wel voetbalestheticus. Schrijft graag historisch getinte artikelen, als ook analyses van het hedendaagse voetbal. Max is geen fan van een club en raadt dat iedereen van harte aan. Na zijn pensioen heeft hij het voornemen om boeken te gaan schrijven, je moet wat hè.