Een tijdperk zonder Cruijff (6): Kick Smit

4215036457_c6a65c46b9_z

Noem in het buitenland de naam Johan Cruijff en iedereen weet dat je een Hollander bent, dat je voor goed voetbal staat en dat je deel uitmaakt van een groot voetballand. De indruk wordt wel eens gewekt dat Nederland pas internationaal mee ging tellen toen ‘het orakel van Betondorp’ zijn eerste stappen op het hoogste niveau zette. Toegegeven moet worden dat de drie Europacups 1 van Ajax, nog veel meer dan de eerste van Feyenoord, het Nederlandse voetbal een gezicht gaf. Toch heeft Nederland enkele grote voetballers gekend, nog ver voordat Cruijff bij Ajax debuteerde, zelfs toen Cruijff nog geboren moest worden. In deze serie duiken we de geschiedenisboeken in, om de vedettes van weleer uit de schaduw te trekken en ze een plek in de spotlight te geven. In deel 6: Kick Smit

In de jaren ’50 groeiden duizenden voetbalminnende kinderen in Nederland op met de wondermidvoor die luisterde naar de naam Kick Wilstra. De in Veendorp geboren Kick speelde eerst voor V.V.V. (Veendorpse Voetbal Vereniging) en kende later grote successen bij Victoria in Nederland, bij Malton Roovers in Engeland en bij de Italiaanse topclub Titan. Ook in Oranje was Wilstra erg succesvol, met een hattrick in zijn debuut als vliegende start in de nationale ploeg.

Victoria? Malton Roovers? Titan? Wat zijn dit voor clubs en waarom gaat er geen belletje rinkelen? Dat komt omdat het clubs waren geschapen in de fictie van het verhaal van Kick Wilstra, want ook Wilstra heeft nooit echt bestaan. Wilstra is een samenvoeging van drie legendarische Nederlandse voetballers. De achternaam uit Faas Wilkes en Abe Lenstra en de voornaam uit Kick Smit, misschien wel de beste vooroorlogse Nederlandse voetballer. En waar Wilstra alleen op papier en in de verbeelding van kleine kinderen tot grootse daden in staat was, was Smit in de werkelijkheid een geweldenaar die de populariteit van het voetbal in Nederland een grote boost gaf.

De eerste voorloper van Cruijff

Waar Cruijff eind jaren ’60 en gedurende de jaren ’70 tegenstanders met grote regelmaat het bos in stuurde, deed Smit dat halverwege de jaren ’30 en de jaren ’40. Toen het Nederlandse voetbal nog in de kinderschoenen stond en internationaal weinig voorstelde, was de eigen competitie nog het uithangbord voor spelers om zichzelf te profileren. En Smit viel op, eerst op dertienjarige leeftijd in het eerste elftal van Geel Wit, daarna een jaartje ouder bij RKVV Onze Gezellen en vanaf 1932 bij RCH (Racing Club Heemstede). Twee jaar later zou hij op 23-jarige leeftijd voor Haarlem gaan voetballen totdat hij in 1950 met voetbalpensioen ging, met het landskampioenschap van 1946 als absoluut hoogtepunt.

SpFA 00329 Ned-Belg 1936 HL

Maar voordat we dat kampioenschap verder bespreken, moeten we het eerst hebben over de international Smit. Naar hedendaagse begrippen is 29 interlands niet veel te noemen en mindere goden als Stijn Schaars, Jeffrey Bruma en Daryl Janmaat halen dat vandaag de dag met gemak (wat misschien wel veel zegt over de staat van het Nederlands elftal). Het aantal doelpunten dat Smit echter maakte, 26, vertelt veel meer over de kwaliteiten van de linksbinnen (een positie vergelijkbaar met dat van de hedendaagse aanvallende middenvelder). Niet alleen was Smit een technicus waar het fijn was om naar te kijken, ook kende hij een van de beste doelpuntengemiddelden in het Nederlands elftal, alleen Beb Bakhuys (28 goals in 23 wedstrijden) was beter op schot in Oranje. Daarnaast maakte Smit de eerste stappen van Oranje mee op een groot eindtoernooi, dat van het WK van 1934 en 1938.

Het Nederlands Elftal had al enkele keer deelgenomen aan de Olympische Spelen voordat het allereerste WK in 1930 gespeeld werd maar Smit maakte pas in 1932 bij RCH zijn profdebuut. Hij ging echter als een komeet in zijn eerste seizoenen als prof en inmiddels als speler van Haarlem werd hij op 11 maart 1934 opgeroepen voor zijn eerste interland tegen België, waarin hij in de met 9-3 gewonnen wedstrijd voor de 3-1 en 4-2 in de wedstrijd tekende. De volgende interland was meteen een belangrijke voor Oranje want in het kader van de kwalificatie voor het WK van 1934 was het ingedeeld in een poule met Ierland en België. De Belgen en de Ieren hadden in hun eerste wedstrijd 4-4 gelijkgespeeld en dus kon Oranje meteen een goede slag slaan als het van Ierland zou winnen. Smit, pas zijn tweede interland maar (omdat wissels nog niet toegestaan waren) wel basisspeler, tekende voor de 1-0 in de wedstrijd in de 41e minuut. Ierland kwam echter in de 44e minuut weer terug door een doelpunt van Johnny Squires. Toen Paddy Moore daarna Ierland de voorsprong gaf in de wedstrijd, was het aan Oranje om te laten zien wat het in haar mars had. Beb Bakhuys gaf Oranje met twee doelpunten weer haar voorsprong terug en Leen Vente zorgde voor de bevrijdende 4-2 in de wedstrijd. In de 85e minuut bekroonde Smit een goede wedstrijd van zijn kant met een tweede doelpunt, de 5-2, waarmee de einduitslag inmiddels genoemd is.

De Belgen waren getergd om na de 9-3 vernedering eerder in het jaar sportief revanche te nemen op haar Noorderburen. Dat leek ook te lukken toen Laurent Grimmonprez België in de tweede helft in de 51e minuut op een voorsprong schoot. Smit zorgde negen minuten later echter voor de 1-1 en uiteindelijk zou Oranje via wederom Bakhuys en Vente op een 3-1 voorsprong komen. Bernard Voorhof deed in de 71e minuut nog wat terug voor België maar in de 84e minuut gooide Bakhuys de wedstrijd met de 4-2 in het slot. Daarmee ging Nederland naar het WK, de allereerste in haar geschiedenis.

’We gaan naar Rome, we gaan naar Rome / En Beb Bakhuys doelpunt daar voor twee’

De Nederlandse voetbalsupporters waren ervan overtuigd dat Nederland een grote kans maakte om in 1934 wereldkampioen te worden. Ondanks de aanwezigheid van het Italië van Benito Mussolini en Giuseppe Meazza en het Oostenrijk van ’s werelds beste voetballer, Matthias Sindelar, was er volgens de Oranjesupporter geen ploeg die zoveel goede spelers op kon stellen als Nederland dat kon. De kater was dan ook immens toen het toernooi er al na welgeteld één wedstrijd op zat. Al die duizenden supporters die per trein naar Italië waren gereisd, konden weer terug naar huis. Het nietige Zwitserland was met 3-2 te sterk voor Oranje. Smit kon zichzelf niet al te veel verwijten want hij scoorde nog de belangrijke 1-1 in de wedstrijd maar na negentig minuten zat het toernooi waar men in Nederland zo veel van verwacht er helaas op.

wilstra

Italië werd uiteindelijk wereldkampioen door Tsjecho-Slowakije in de finale met 2-1 te verslaan. De zo vol zelfvertrouwen Oranjesupporter moest toch wel erkennen dat het beste (Italië) en het mooiste voetbal (Oostenrijk) niet in Nederland gespeeld werd. De verwachtingen waren nu dan ook een stuk minder gespannen voor het WK van 1938. Nederland had zich in een poule met Luxemburg en wederom België weten te plaatsen voor het kampioenschap dat gehouden werd in Frankrijk (Smit scoorde in de 4-0 overwinning op Luxemburg de openingstreffer), maar toen de loting uitwees dat Tsjecho-Slowakije de tegenstander was in de eerste ronde, had men er in Nederland weinig fiducie in dat de tweede ronde gehaald zou worden. Toch wist Oranje het het team van superspits Oldřich Nejedlý (topscorer van het WK van 1934) nog knap lastig te maken. Pas in de verlenging sloegen de Tsjecho-Slowaken drie keer toe.

Twee tamelijk desastreuze eindtoernooien voor Oranje dus, terwijl het op de Olympische Spelen altijd wel goede resultaten behaalde (een aantal keer derde bijvoorbeeld). Toch zou Nederland binnen een paar jaar andere zorgen aan het hoofd hebben, want met het begin van de Tweede Wereldoorlog lag het internationale voetbal volledig stil. In Nederland werd er de eerste jaren van de oorlog nog wel gevoetbald maar voor Smit zou het in 1938 zijn laatste eindtoernooi zijn. Theoretisch gezien had hij nog opgeroepen kunnen worden voor de Olympische Spelen van 1948 maar met zijn 36 jaar was het tijd voor nieuwe talenten zoals Kees Rijvers, Bram Appel en de twee mannen waarmee hij samen Kick Wilstra vormde, Wilkes en Lenstra. Smit speelde zijn laatste interland op 27 november 1946 tegen Engeland, dat destijds gezien werd als het beste team ter wereld. Het werd dan ook maar liefst 8-2 voor de Britten maar Smit tekende nog wel voor een doelpunt, de nietszeggende 8-2 in de wedstrijd.

Een legende in Haarlem

Ik schreef net dat het voetbal in Nederland ’gewoon’ doorging tijdens de oorlog maar alleen het seizoen 1944-45 was daar een uitzondering op. Duitsland, dat toen aan de verliezende hand was in de oorlog, verstevigde haar greep op de Nederlandse samenleving en verbood simpelweg dat de Eredivisie gespeeld werd. Smit koos in de oorlog voor zekerheid. Hij verliet in 1940 Haarlem om voor het katholieke HBC te gaan voetballen want op die manier kon hij een baantje krijgen bij de Haarlemse uitgeverij Spaarnestad.

Toch koos Smit er weer voor om terug te keren naar HFC Haarlem toen de oorlog in 1945 voorbij was. Hij was er direct succesvol en erg belangrijk. In de Eerste Klasse West II werd Haarlem in het seizoen 1945-46 eerste waarna het mee mocht doen in de kampioenscompetitie. Daar zag zij zich tegenover Ajax, Heerenveen, NAC, NEC en Limburgia staan. De kampioenswedstrijd ging uiteindelijk tussen Heerenveen en Haarlem en het was Smit in eigen persoon die met de 2-0 voor de beslissende treffer in de wedstrijd zorgde.

Smit zou nog tot 1950 voetballen voor Haarlem en werd later coach van de club tussen 1951 en 1956. Hij zou daarna nog verscheidene functies hebben in het voetbal totdat hij in 1974 na een slopende ziekte op 62-jarige leeftijd overleed. Hij kreeg gedurende zijn loopbaan meerdere aanbiedingen van Engelse clubs om prof te worden en Smit speelde ook enkele oefenwedstrijden voor enkele profclubs. Niemand mocht hier in Nederland van weten want officieel was het profvoetbal tot 1954 in ons land verboden. Smit reisde dan in de ochtend naar Engeland en was dezelfde dag weer terug, zodat hij een dag later gewoon voor HFC Haarlem in actie kon komen. Smit overwoog een profbestaan in het voetbal maar de strenge Engelse regels (buitenlandse profs kregen geen werkvergunning en moesten dus heen en weer reizen) weerhielden hem ervan om de overstap te maken naar de Britse eilanden.

Smit was in 1946 voor een groot deel verantwoordelijk voor de enige landstitel die HFC Haarlem ooit won. Hij werd dan ook benoemd tot Haarlems Sportman van de Eeuw, een eer die hem ten volle toekomt. Leuk detail is nog dat Smit, Wilkes en Lenstra bijna samen speelden in Oranje maar een blessure van Smit gooide uiteindelijk roet in het eten, waardoor fictie helaas geen werkelijkheid werd. ’De Swerver’ (omdat hij overal op het veld opdook) is de geschiedenis in gegaan als de beste vooroorlogse Nederlandse speler en dat levert hem een verdiende plek in deze serie op.

Geschreven door Max van der Gulik

Max noemt zichzelf een voetbalromanticus dan wel voetbalestheticus. Schrijft graag historisch getinte artikelen, als ook analyses van het hedendaagse voetbal. Max is geen fan van een club en raadt dat iedereen van harte aan. Na zijn pensioen heeft hij het voornemen om boeken te gaan schrijven, je moet wat hè.