Een tijdperk zonder Cruijff (4): Bok de Korver

bok

Noem in het buitenland de naam Johan Cruijff en iedereen weet dat je een Hollander bent, dat je voor goed voetbal staat en dat je deel uitmaakt van een groot voetballand. De indruk wordt weleens gewekt dat Nederland pas internationaal mee ging tellen toen ‘het orakel van Betondorp’ zijn eerste stappen op het hoogste niveau zette. Toegegeven moet worden dat de drie Europacups 1 van Ajax, nog veel meer dan de eerste van Feyenoord, het Nederlandse voetbal een gezicht gaf. Toch heeft Nederland enkele grote voetballers gekend, nog ver voordat Cruijff bij Ajax debuteerde, zelfs toen Cruijff nog geboren moest worden. In deze serie duiken we de geschiedenisboeken in, om de vedettes van weleer uit de schaduw te trekken en ze een plek in de spotlight te geven. In deel 4: Bok de Korver

Nog ver voordat Johan Cruijff geboren was, nog ver voordat het voetbal in Nederland zo populair was, deed ons land op voetbalgebied al enigszins van zich spreken. We moeten ruim een eeuw terug in de tijd om het te hebben over het allereerste toernooi waar Oranje als nationaal elftal aan meedeed. In 1908 werden de Olympische Zomerspelen gehouden in Londen en aan het voetbalgedeelte van de Spelen deden zeven landen mee. Vandaag de dag wordt het Olympische voetbal niet zo serieus genomen door de grote toplanden, maar bij gebrek aan een WK of EK was in 1908 het voetbal op de Spelen het enige toernooi waarin landen het in competitieverband tegen elkaar op konden nemen.  

Nederland was er in 1908 dus bij en de aanvoerder van dit bonte gezelschap luisterde naar de naam Bok de Korver. Het nationaal elftal was erg pril te noemen, zelfs zo pril dat ze pas drie jaar eerder haar allereerste interland had afgewerkt. De Korver was daar als knaap van 22 ook bij maar de nog jongere Dolf Kessler (21) van HVV droeg toen de aanvoerdersband. In die allereerste interland voor het Nederlands elftal werden onze Zuiderburen met 4-1 verslagen. Pas in de verlenging liet spits Eddy van Neve van Velocitas Breda zien tegen de Belgen wat hij in zijn mars had. In de 106e, 117e en 119e minuut scoorde de rappe aanvaller drie keer, waarmee hij alle goals voor zijn rekening nam, want ook de openingstreffer kwam van zijn trefzekere voet. 

Drie jaar later en na tien gespeelde interlands waren de spelers van het Nederlands elftal al wat beter aan elkaar gewend geraakt. Op de Olympische Spelen zou Hongarije de allereerste tegenstander zijn, ware het niet dat het land zich op het allerlaaste moment terugtrok. Elf dagen voor de aftrap tegen Nederland viel Oostenrijk-Hongarije Bosnië-Herzegovina binnen met het doel het land te annexeren. Alle jonge en fitte mannen waren nodig aan het front en zo ook veel spelers van het nationale elftal van Hongarije. Nederland plaatste zich daarmee direct voor de halve finale, waar topfavoriet Engeland op haar stond te wachten. De Engelsen hadden de Zweden met 12-1 vernederd en ook Nederland werd door de Britten niet zo hoog ingeschaald. Als bedenkers van het spel genoten de Engelsen veel waardering en werd er met ontzag naar hen gekeken. Uiteindelijk werd Nederland met 4-0 verslagen door vier doelpunten van Harold Stapley. Frankrijk zou daarna in eerste instantie de tegenstander worden van Nederland in de strijd om de derde plek maar doordat Denemarken met maar liefst 17-1 van de Fransen gewonnen had, voelde Frankrijk zich te vernederd om het veld weer te betreden. Daardoor werden de Zweden opgetrommeld voor de wedstrijd om de derde plek. Jops Reeman en Edu Snethlage waren uiteindelijk in een eenzijdige wedstrijd beiden trefzeker voor Oranje en de 2-0 volstond om Zweden met lege handen naar huis te sturen. Oranje had op haar allereerste toernooi meteen een prijs te pakken, al werd daar in eigen land weinig gewag van gemaakt. Zelfs in Engeland was er weinig belangstelling voor de Spelen. In het White City Stadium, dat plaats bood aan ruim 60.000 toeschouwers en speciaal voor de Spelen gebouwd was, werd de grens van 10.000 betalende bezoekers geen enkele wedstrijd bereikt.

Een sport voor de elite

Toen het ’voetbalspel’ haar intrede deed in Nederland zo rond 1865, werd de sport in eerste instantie gezien als een sport voor de elite. Het ’volk’ zou zich veel beter kunnen vermaken met rugby, waar fysiek geweld niet geschuwd werd en brute kracht vooral een pré was. Voetbal vond men in de elitaire kringen veel artistieker en het daardoor beter bij haar passen. Na de eeuwwisseling kwam daar echter verandering in en kwam het voetbal ook in schwung bij het volk. Zo ook bij Bok de Korver. De zoon van een pakhuisknecht groeide op aan de Oude Binnenweg in Rotterdam in de winkel van zijn ouders, die twee jaar na zijn geboorte een handel in ijzerwaren en huishoudelijke artikelen waren gestart. De winkel, gelegen aan de Kruiskade, ging jaren geleden tegen de vlakte en het Hilton Hotel is nu op die plek gevestigd. In en rondom de straten van de winkel groeide De Korver op en op straat was hij dikwijls te vinden met een tennisbal, omdat er voor een echte leren bal geen geld was in huize De Korver. Het was een geluk bij een ongeluk dat het geld er niet was; door het veelvuldige oefenen met de tennisbal leerder Bok zich een haast perfecte balbehandeling aan.

bok2
De Korver (rechts) overhandigt Rinus Terlouw de zilveren bal

Zoals zoveel jongens in de tijd had de club Sparta ook op Bok een geweldige aantrekkingskracht. Hij voetbalde uiteindelijk tot zijn 19e bij Volharding en maakte toen de overstap naar de Kasteelclub. De Korver maakte daar de opkomst en het verval van de Rotterdamse club mee. Van de zes landskampioenschappen die Sparta in haar historie meegemaakt heeft, was De Korver er bij vijf betrokken. In 1909, van 1911 t/m 1913 en in 1915 was Sparta de beste club van het land en de Korver was daar als spil van team een belangrijke kracht in. Toch ging het na 1915 snel bergafwaarts met Sparta. De Korver was ook alweer 32 en had zijn beste tijd wel gehad. Hij kon dan ook niet voorkomen dat Sparta in 1921 uit de hoogste divisie degradeerde. De Korver bleef echter als 39-jarige aan Sparta verbonden en wilde graag nog met de club promoveren, wat een jaar later al zou lukken.

Het leverde in de zomer van 1922 grote feesten op in de stad, maar voor De Korver brak toen de zwaarste tijd van zijn leven aan. De verdediger was zijn hele leven lang een kettingroker geweest en een verwaarloosde longontsteking bracht hem op het randje van de dood. Dagelijks berichtten de Rotterdamse media over de toestand van de veteraan, die in het ziekenhuis aan het bed gekluisterd was. Door de goede zorgen van dokter Koning en professor Snapper, die als scheidsrechter De Korver wel eens gefloten had, kwam de verdediger er uiteindelijk weer bovenop. Hij zou daarna nog enkele wedstrijden spelen, zijn allerlaatse tegen stadsgenoot Feyenoord, een derby die met 1-0 gewonnen werd.

Een gentleman met vreemde nukken

Van Ruud Krol tot Jaap Stam; Nederland heeft historisch gezien veel grote verdedigers gehad. Ook Bok de Korver mag u in dat rijtje scharen. De verdediger was misschien wel de allereerste libero in het Nederlandse voetbal. De Korver had ook een duidelijke mening over hoe voetbal gespeeld moest worden. Zo diende de tegenstander niet te worden verslagen door middel van fysieke kracht maar door snelheid en technische en tactische kwaliteiten. Ondanks dit was de Korver wars van tactische besprekingen en vond de verdediger het ook onsportief om te trainen. Jawel, De Korver vond het niet eerlijk tegenover tegenstanders om te trainen, want misschien hadden zij wel helemaal geen tijd om te trainen en hij wel. Het zou hem volgens De Korver een voordeel opleveren ten opzichte van de tegenstander en sportief als hij was vond hij dat oneerlijk.

De Korver leefde voor een voetballer tamelijk ongezond. Hij rookte veel, zelfs tijdens de rust van een wedstrijd en mocht graag ’s avonds een borreltje drinken. Desondanks wordt hij gezien als een van de beste spelers van zijn generatie. Ook op de Olympische Spelen van 1912 werd er een bronzen plak behaald, door eerst Zweden (4-3), Oostenrijk (3-1) en Finland (9-0) te verslaan, waarmee De Korver een mooie prijzenkast achterliet. De legendarische radioverslaggever Ad van Emmenes zei ooit eens dat je er van uit kon gaan dat je op weg naar het doel De Korver minstens drie keer zou tegenkomen en ook Karel Lotsyhad mooie woorden voor de Korver over: ’Bok de Korver is een bijna legendarische figuur geworden. Hij was een groot spil, die zijn weerga niet heeft gehad. Hij was een sportman in de beste zin des woords en door zijn spel een propagandist, aan wie het Nederlandse voetbal veel verschuldigd is.’ Beter kan ik het niet verwoorden.

Op 22 oktober 1957 overleed De Korver op 74-jarige leeftijd aan de gevolgen van een longontsteking. Als eerbetoon aan en van de grootste spelers in haar historie heeft Sparta een van haar tribunes omgedoopt tot de Bok de Korver-tribune. Opdat de beste verdediger die de club gehad heeft nooit vergeten wordt.

Geschreven door Max van der Gulik

Max noemt zichzelf een voetbalromanticus dan wel voetbalestheticus. Schrijft graag historisch getinte artikelen, als ook analyses van het hedendaagse voetbal. Max is geen fan van een club en raadt dat iedereen van harte aan. Na zijn pensioen heeft hij het voornemen om boeken te gaan schrijven, je moet wat hè.