Een tijdperk zonder Cruijff (2): Eddy Hamel

enhanced-2793-1403104209-1

Noem in het buitenland de naam Johan Cruijff en iedereen weet dat je een Hollander bent, dat je goed voetbal voorstaat en dat je deel uitmaakt van een groot voetballand. De indruk wordt weleens gewekt dat Nederland pas internationaal mee ging tellen toen ‘het orakel van Betondorp’ zijn eerste stappen op het hoogste niveau zette. Toegegeven moet worden dat de drie Europacups 1 van Ajax, nog veel meer dan de eerste van Feyenoord, het Nederlandse voetbal een gezicht gaf. Toch heeft Nederland enkele grote voetballers gekend nog ver voordat Cruijff bij Ajax debuteerde, zelfs toen Cruijff nog geboren moest worden. In deze serie duiken we de geschiedenisboeken in, om de vedettes van weleer uit de schaduw en het podium op te trekken. In deel 2: Eddy Hamel

Wat zou jij doen als de stad waar je geboren bent, waar je naar school gaat, waar je woont, leeft, werkt en plezier maakt bezet zou worden door een buitenlandse mogendheid die een weerzinwekkendheid aan de dag legt zoals dat nog niet eerder in de geschiedenis aanschouwd is? Juist, je gaat om het weekend kijken bij de trots van de stad, AFC Ajax. Het is een onwaarschijnlijk verhaal, dat van het voetbal gedurende de Tweede Wereldoorlog, maar het is ook een prachtige vertelling, en de link met het Nederlandse voetbal in de oorlog is niet mooier beschreven dan Simon Kuper, de Engelse schrijver die voor zijn boek ‘Ajax, the Dutch, the War; the strange tale of soccer during Europe’s darkest hour’ onderzoek deed naar de beleving van het voetbal gedurende de Tweede Wereldoorlog. In zijn zoektocht naar overlevenden, naar getuigen en misschien wel naar oud-spelers stuitte hij op het verhaal van Edward ‘Eddy’ Hamel, een in New York geboren Amerikaanse Nederlander.

Het verhaal van Eddy Hamel is bijzonder en ook tragisch te noemen. Met 125 wedstrijden heeft hij wel degelijk een bijdrage geleverd aan de prestaties van Ajax gedurende de periode 1922 t/m 1930. De club werd met Hamel in de gelederen drie keer afdelingskampioen van de 1e klasse, toen de verschillende afdelingen in Nederland uiteindelijk ieder een team afvaardigden voor de strijd om de landstitel. Hamel, een sierlijke buitenspeler, had zij Joodse achtergrond mee en was daardoor erg populair bij de fans van Ajax. Het zou uiteindelijk zijn achtergrond zijn die hem fataal werd.

De beginjaren

Hamel begon echter eerst na zijn komst in Nederland te voetballen bij AFC, waarvan de velden destijds naast de velden van Ajax lagen. Als jonge jongen had hij al een behendige dribbel in huis, iets waarvan de trainers bij Ajax ook op de hoogte waren. Het duurde dan ook niet lang totdat de grote broer Hamel een uitnodiging stuurde om voor Ajax te komen voetballen.

De Voldersgracht in de Joodse buurt van Amsterdam
De Voldersgracht in de Joodse buurt van Amsterdam

Amsterdam kende voor de oorlog een grote populatie joden in de stad. Zo’n dertien procent van de inwoners had een Joodse achtergrond en aangenomen mag worden dat een aanzienlijk aantal van hen regelmatig naar de wedstrijd van Ajax ging kijken. Pas in 1934 verhuisde Ajax naar stadion De Meer. Daarvoor werd er vanaf 1907 gespeeld in een naamloos stadion dat in verschillende bronnen ‘Het Houten Stadion’ genoemd wordt. Pas in 1911 kwamen er tribunes langs het speelveld aan de Christiaan Huygensplein in Amsterdam en wel aan de lange zijde; een overdekte met zitplaatsen en eentje met staanplaatsen. Vijf jaar later kregen ook de korte zijdes een tribune, dit allemaal bekostigd door Wim Eggerman, een puissant rijke zakenman en tevens voorzitter van Ajax. Het was hier waar Eddy Hamel te bewonderen was. De verhuizing naar de Meer heeft de Joodse buitenspeler nooit meegemaakt.

In de 125 wedstrijden die Hamel voor Ajax afwerkte, maakte hij acht doelpunten en gaf hij talloze assists, voornamelijk op spits Wim Volkers, die tussen 1923 en 1936 tot 129 doelpunten kwam voor Ajax 1. In 1930 zat Hamel dicht tegen een plekje in het Nederlands elftal aan. Uiteindelijk viel hij ternauwernood af voor de definitieve selectie. Vrij abrupt stopte Hamel daarna met voetballen, op zijn 28e al. Zijn beste jaren lagen eigenlijk nog voor hem, waardoor zijn plotselinge pensioen wat vreemd aandoet. Het is dan ook nooit helemaal duidelijk geworden wat Hamel tot deze beslissing noopte. Het lijkt vreemd om dit slechts te wijten aan het mislopen van het spelen voor Oranje.

Geen steun van Ajax

Na zijn actieve carrière werd Hamel eerst coach van RKV Volendam en later van Alcmaria Victrix in Alkmaar en kwam hij tevens heel wat keren uit voor de Veteranen van Ajax. Hij zou drie jaar coach van Alcmaria blijven voordat een Joodse club uit Amsterdam, HEDW, hem wist te overtuigen terug te keren naar de hoofdstad. Hamel had het goed bij HEDW (Hortus en Eendracht Doet Overwinnen) en maakte het zilveren jubileum (30-jarig bestaan) van de club mee. Hij werd zelfs met de club kampioen en door zijn connecties wist hij een Oud-Amsterdams elftal met Ajaxsterren bij elkaar te krijgen voor een benefietwedstrijd ten behoeve van het ‘Comité voor Joodsche Vluchtelingen’. In 1938 was iedereen in de Joodse gemeenschap op de hoogte van de Adolf Hitler en zijn haat jegens de joden en de daardoor ontstane stroom Joodse vluchtelingen uit Duitsland. Toen Nederland in mei 1940 bezet werd door de Duitsers, moesten alle Joodse clubs hun activiteiten staken. Zo ook HEDW, dat veel van haar leden opgepakt en gedeporteerd zag worden. Een monument bij de club herinnert aan het lot van een groot deel van hen. Maar liefst 67 namen staan erop, waaronder die van Eddy Hamel, maar het zou eigenlijk gaan om 160 leden die in de concentratiekampen van de nazi’s vermoord werden. Tot op de dag vandaag wordt hier nog onderzoek naar gedaan.

Hamel wist in eerste instantie de deportaties te ontlopen. Hij had gehoopt dat Ajax hem misschien nog zou kunnen helpen, maar zonder pardon werd zijn lidmaatschap van de club ingetrokken, per decreet uitgevaardigd door de Duitsers. In 1940 waren enkele lokale collaborateurs van de nazi’s groepsgewijs op zoek naar Joden die opgepakt moesten worden. Hamel werd pas in 1942 gepakt. Ondanks zijn Amerikaanse staatsburgerschap werd hij toch gearresteerd en naar Kamp Westerbork gebracht samen met zijn vrouw Johanna Wijnberg en de twee zoons Robert en Paul, tweelingbroers die in 1938 geboren waren. Hamel had op het moment van zijn arrestatie zijn Amerikaanse papieren niet bij zich, wat hem anders waarschijnlijk had kunnen redden. Hij had dan geruild kunnen worden tegen Duitse krijgsgevangen om zo de concentratiekampen te ontlopen. Na geruime tijd in Westerbork gezeten te hebben werd hij getransporteerd naar Auschwitz-Birkenau.

Leon Greenman, een Engelsman die Auschwitz overleefde en als laatste Eddy Hamel sprak.
Leon Greenman, een Engelsman die Auschwitz overleefde en als laatste Eddy Hamel sprak.

De familie Hamel hield het uiteindelijk tot eind april 1943 vol. Bij een reguliere medische keuring werd er in de mond van Hamel een abces gevonden. Leon Greenman, een overlever van Auschwitz en een belangrijke bron voor het boek van Kuper, stond bij de medische keuring achter Hamel. Hij zou uiteindelijk gezond verklaard worden en kon verder aan het werk. Door zijn abces was Hamel volgens de nazi’s niet meer in staat het werk te doen dat van hem verwacht werd. In de gaskamers van Auschwitz overleed hij op 30 april 1943, op veertigjarige leeftijd. Johanna en de tweeling waren toen allang dood, gebruikelijk als het was om vrouwen en kinderen bij aankomst in Auschwitz direct te vergassen.

Verraden door een oud ploeggenoot

Het is nooit helemaal duidelijk geworden hoe ze Hamel op hebben kunnen pakken. Al in 1940 werden er Joodse Nederlanders op grote schaal gearresteerd maar Hamel wist de nazi’s ruim twee jaar te ontlopen. Een oud-ploeggenoot van Hamel, Joop Pelser, zou hem misschien weleens verraden kunnen hebben. Pelser, die tussen 1911 en 1924 voor Ajax speelde en zelfs erelid van de club was, sloot zich eind jaren dertig aan bij de NSB. Na de oorlog zou hij opgepakt worden, na door Ajax geroyeerd te zijn, en kreeg hij een gevangenisstraf van drie jaar en drie maanden.

Hoe het ook zij, Hamel heeft in de 125 wedstrijden voor Ajax voor veel fans destijds een onuitwisbare indruk achtergelaten. Dat gold echter niet voor het bestuur van de club en enkele archivarissen van Ajax. De club heeft de claims dat de club een Joodse club is altijd verre van zich afgeworpen, en gezien het geringe aantal Joden dat daadwerkelijk in het eerste elftal van de club speelde is dat ook wel te begrijpen. Het had de club gedurende de oorlog ook veel problemen opgeleverd als er een connectie met de Joodse gemeenschap aanwezig geweest was. Toch heeft het boek van Kuper nieuwe aandacht gegenereerd voor het verhaal van Hamel. De gedachte bij de club was dat Hamel al voor de oorlog overleden was. Vragen van Kuper over Hamel en Pelser werden steevast afkeurend ontvangen door mensen van de club, het verleden moest zogezegd niet opnieuw opgerakeld worden. Een wat laffe houding van een instituut zoals Ajax, maar niet eentje die bijzonder was gedurende de oorlog.

Het verhaal van Anne Frank spreekt nog steeds tot de verbeelding, maar zij is wat de Nederlandse omgang met Joden betreft toch echt een uitzondering. Eerder spreekt het verhaal van Hamel boekdelen; dat van in de steek gelaten worden, dat van verraad en dat van er alleen voor staan. Van de pak hem beet 120.000 Joden die in 1939 in Nederland woonden, zijn er 102.000 vermoord. Een bizarre 85 procent (!). Hamel was één van de twee joden die voor de oorlog voor Ajax gevoetbald hebben. De ander, Johnny Roeg, overleefde de oorlog door onder te duiken. Hij kreeg bij zijn 70-jarig lidmaatschap uit handen van toenmalig voorzitter John Jaakke een gouden horloge toegereikt. Een prachtig gebaar van de club, zeker voor de 93-jarige Roeg, die niet veel later datzelfde jaar (2003) zou komen te overlijden.

Ajax is geen Joodse club en dat zal het ook nooit zijn. Toch liet de club een van haar grootste vooroorlogse spelers keihard vallen toen hij haar zo hard nodig had. Kun je de club dat verwijten? Tegen de Duitse bezetter had Ajax niets kunnen beginnen. Ze heeft echter niets gedaan voor Hamel, geen onderduikadres, geen financiële ondersteuning, geen protest, helemaal niets. Volgende week herdenken we de mensen die hun leven gegeven hebben voor Nederland en de mensen die vergast en vermoord zijn in de moordmachines van de nazi’s in Polen en in Duitsland. Ik hoop dat u dan even kort denkt aan Eddy Hamel, een groot en waardig speler.

Geschreven door Max van der Gulik

Max noemt zichzelf een voetbalromanticus dan wel voetbalestheticus. Schrijft graag historisch getinte artikelen, als ook analyses van het hedendaagse voetbal. Max is geen fan van een club en raadt dat iedereen van harte aan. Na zijn pensioen heeft hij het voornemen om boeken te gaan schrijven, je moet wat hè.