VA On Tour: Bologna FC

dallara

Onder voetballiefhebbers is het een onderschat spreekwoord, maar dat maakt het absoluut niet minder waar. Je kan een man wel uit het land van voetbal halen, maar je kan voetbal nooit uit de man halen. Gelukkig hoeft dat ook niet, want overal ter wereld wordt het spelletje beoefend en overal ter wereld is het bezoeken van een voetbalwedstrijd een unieke ervaring. De redacteurs van Voetbal-Analyse graven regelmatig in hun geheugen en beoordelen het bezoeken van een wedstrijd van een buitenlandse club. In deze editie: Bologna FC.

Noi siamo rossoblù!” Wellicht heeft u deze zin nog nooit gehoord, of nog nooit gelezen, weet u de betekenis ervan niet. Na een bezoekje aan het Stadio Renato Dall’Ara (capaciteit 36.462), één van de meest monumentale voetbaltempels van Europa, is dat gegarandeerd anders.

Bologna is één van de meest culturele steden van Italië, niet in de laatste plaats door de vele musea en andere bezienswaardigheden zoals Le Due Torri, maar ook door de rijke keuken, met de mortadella en de pasta’s tagliatelle en tortellini als speerpunten. De stad wordt niet voor niets La Grassa genoemd. Andere bijnamen zijn La Dotta (De Geleerde) wat duidt op de plaatselijke universiteit – de oudste nog functionerende ter wereld – en La Rossa, vanwege de vele rode huizen die men er aantreft, dikwijls voorzien van schitterende portici. De stad kent een levendig en bruisend stadscentrum. Een stukje buiten dat centrum, aan de lange Via Andrea Costa, ligt het door de fameuze Torre di Maratone zeer in het oog springende stadion, dat reeds in 1927 werd gebouwd.

Sterk kan ik u aanbevelen één à twee uur voor het begin van de wedstrijd (een groot gedeelte van) deze weg te bewandelen op weg naar het stadion. Het ene groepje tifosi bunkert nog wat nationale specialiteiten in één der vele knusse restaurantjes, het andere slentert al liederen zingend op de door de carabinieri afgezette weg. Je waant je al in het stadion, terwijl je nog buiten staat. Na een reeks niet zeer uitvoerige controles bij de poorten bevindt men zich op het stadionplein, waar naast een officiële fanshop en de archaïsche trappen ook nog voldoende gelegenheden zijn om wat eten en wat te drinken op te halen.

De tempel is oud, maar in tegenstelling tot enkele andere Italiaanse stadions absoluut nog niet vervallen. Er zijn niet meerdere ringen; de tribunes gaan in één blok de hoogte in. Enige minpuntje is wellicht de behoorlijke ruimte tussen de goals en de tribunes aan de korte zijde (door de sintelbaan), maar desondanks is er aan goede sfeer geen gebrek; de Curva Nord, ook wel Curva Bulgarelli – naar clubicoon Giacomo – trakteert de spelers en mede-toeschouwers telkens weer op schitterende sfeeracties en gezang, met naast bovenstaande Italiaanse kreet nog véél meer in het repertoire.

Geen enkele voetbalfan ter wereld is als de Italiaanse. Het is een bestaan apart. Men kan wel verhalen lezen over het temperament van de Zuid-Europese fan, maar men moet het zelf meemaken. Voetbal is het leven, de club is het hart, er bestaat niets anders. De hondstrouwe tifosi geven zich elke wedstrijd weer – belangrijk of niet belangrijk – volledig over aan hun bestaan, hun toewijding is sensationeel, hun fanatisme onbedwingbaar. Slechte beslissing? Slechte pass? Men staat op, verheft de stem en lijkt te strijden alsof het leven op het spel staat. Dat doet het namelijk ook. Goals? Overwinningen? Emoties worden nog sterkere emoties, het geluk is daar, het geluk is gevonden, het bestaan is goed, de trots is groot.

curva-andrea-costa

Ik had het geluk op 8 februari jongstleden bij het duel tegen Milan aanwezig te mogen zijn; mijn zitplaats bevond zich op de éénnaachterste rij van de Tribuna Coperta A, aan de lange zijde van onder andere de media. Als ik naar voren keek zag ik de schitterende eerder benoemde toren – zoiets vind je in geen enkel ander stadion! – en als ik naar achter keek had ik een voortreffelijk uitzicht over de zo mooie stad. Rechts zag ik de uitsupporters van Milan, die in groten getale de reis naar l’Emilia hadden ingezet, links de onwerkelijke vuurwerkacties en vele vlaggen van de harde kern van Bologna. Ook deze avond, slechts vierdagen na de vernederende oorwassing tegen Napoli (1-7), stonden zij weer vierkant achter hun helden. Zoals overal in Italië.

Als ik schuin naar beneden keek, zag ik een even bizarre als spectaculaire wedstrijd; Milan stond na een halfuur met tien en na een uur met negen man. De door de extreem zwak leidende arbiter Doveri gegeven kaarten werden op de tribunes met gejuich, en ook met een soort opluchting ontvangen. ”Nu kunnen we toch wel van Milan winnen?” Grappen werden gemaakt. ”Wie van Milan had nou nog géén kaart? Donnarumma?”

De Curva Bulgarelli zette na rust nog een keer krachtig aan, maar helaas voor hen deden hun rood-blauwe soldaten dat niet. De mannen van Donadoni kregen in minuut 89 door een goal van Mario Pasalic de keiharde deksel op de neus, van hun onvermogen van de ruime overtalsituatie te profiteren. In mijn vak sprongen enkele Milan-fans – die online een ticket hadden gekocht – euforisch op, en in hetzelfde vak lieten Bologna-supporters voorover gebogen hun hoofd in hun armen vallen. Dat kán hier. In één vak. Godzijdank.

De Via Andrea Costa, overspoeld door een ware mensenmassa, gromt van ongenoegen. ”Weer dezélfde fouten…” Eerst met 1-7 verliezen, nu tegen negen man. In eigen huis. Gelukkig staat Bologna desondanks ruim boven de degradatiestreep; minimaal nog één jaar Serie A-voetbal in het Stadio Renato Dall’Ara. Daar zijn wij rood-blauw.

Wedstrijdgegevens

Serie A, 8 februari 2017: Bologna FC v Milan 0-1 (’89 Pasalic)

Stadio Renato Dall’Ara, toeschouwers: 23.863.

Geschreven door Kris van der Aar

Liefhebber van al het Italiaanse voetbal, samen met schrijven zijn grootste passie. Milanista. Kijkt naar Empoli v Crotone net zo uit als naar El Clásico. Kenner van nutteloze feitjes. Volgt ook Spanje en Frankrijk aandachtig.